Belanghebbende is zelfstandig medisch specialist en voert zijn praktijk via een stichting. Belanghebbende levert de administratie niet aan en krijgt navorderingsaanslagen IB 2015-2018, gebaseerd op bankafschriften. Voor 2016 vervalt dit, door ambtelijk verzuim.
In het kort
De inspecteur vroeg vanaf september 2018 informatie over een aangifte. Na herhaaldelijk vragen om de administratie bleef het gevraagde uit, waarop de inspecteur het inkomen reconstrueerde op basis van bankafschriften, hetgeen leidde tot een gecorrigeerde aanslag IB 2016 in december 2019. In januari 2020 volgde een boekenonderzoek, waaruit navorderingen (ook over 2016) volgden. Ook stelt de inspecteur dat de vereiste aangifte niet is gedaan, vandaar de omkering en verzwaring van de bewijslast.
Ambtelijk verzuim
In 2022 oordeelde de Hoge Raad dat de inspecteur tijdens een lopend boekenonderzoek een primitieve aanslag op basis van redelijke schatting had moeten opleggen. Het nalaten daarvan is ambtelijk verzuim.
In 2026 oordeelde een rechtbank dat 21 maanden stilzitten na ontvangst van de stukken een ambtelijk verzuim is. De navorderingsaanslag 2017 werd vernietigd.
Eveneens in 2026 oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden dat de inspecteur niet bevoegd was om na te vorderen over 2016. De activiteiten van belanghebbende vormden geen bron van inkomen. De inspecteur had dit bij het opleggen van de primitieve aanslag al kunnen weten.
Het oordeel
Het Hof oordeelt dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan; de gedane aangifte was zo onjuist dat de verschuldigde belasting aanzienlijk hoger was dan de aangegeven belasting. Voor dit verschil is geen plausibele verklaring gegeven. Belanghebbende is de enige medicus in de praktijk en declareerde aanzienlijk meer dan als omzet is verantwoord. Nu hij ook zelf de administratie en de aangiften deed, had belanghebbende moeten beseffen dat een gering percentage van de omzet is aangegeven. De vereiste aangifte is niet gedaan, de omkering & verzwaring is terecht toegepast.
Niet geheel duidelijk is wanneer de bankafschriften zijn overlegd. Ofwel in 2019, ofwel in 2020. Het Hof geeft belanghebbende het voordeel van de twijfel en gaat uit van 2019. Gevolg is dat de inspecteur beschikte over de juiste gegevens. Maar hij had geen juiste aanslag opgelegd. Daarmee beging hij een ambtelijk verzuim. De navorderingsaanslag 2016 is daarom vernietigd.
Wat kunt u hieruit meenemen?
Het ambtelijk verzuim is en blijft een aandachtspunt, het is daarnaast zeer feitenafhankelijk. Raadpleeg daarom altijd een formeel specialist als u daarmee te maken krijgt!
Meer weten over formeel belastingrecht en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.
Link naar uitspraak Hof 14-10-2026
Link naar uitspraak Rb 21-04-2026
Link naar uitspraak Rb 09-02-2026
Link naar arrest HR 22-04-2022
