Belanghebbende heeft in 2021 huurtoeslag ontvangen, maar heeft geen recht hierop voor 2022; het box 3-vermogen is te hoog. Maakt het uit of belanghebbende rechtsherstel box 3 heeft gekregen?
In het kort
Belanghebbend doet aangifte IB 2022, met een rendementsgrondslag van € 39.433, deze aangifte wordt geautomatiseerd afgedaan in juni 2023. In augustus 2023 ontvangt belanghebbende de toeslagbeschikking 2022; diens vermogen overstijgt de vermogensgrens van € 31.747 en dus is er geen recht op huurtoeslag. Diens bezwaar bij Dienst Toeslagen wordt afgewezen, hierop volgt geen beroep.
Dienst Toeslagen heeft het bezwaarschrift ook doorgezonden naar de inspecteur; die verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Hierop stelt belanghebbende beroep in; hij stelt dat de Wet rechtsherstel box 3 doorwerkt naar de Awir en dat de gunstigste methode van de Wet rechtsherstel ten onrechte niet is toegepast.
Awir
De Awir regelt inkomensafhankelijke toeslagen. Tot 2021 liepen het box 3-heffingvrij vermogen en de vermogensgrens voor de Awir synchroon. Vanaf 2021 niet meer, vanwege de verhoging van het heffingsvrij vermogen van box 3. Daarom pakt de Awir het heffingsvrij vermogen van 2020 met een indexatie als vermogensgrens.
Het oordeel
De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar; de inspecteur heeft op verkeerde gronden (gebrek aan procesbelang) het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is duidelijk; de Wet rechtsherstel laat de rendementsgrondslag geheel ongemoeid: ook bij toepassing van de alternatieve methode is de rendementsgrondslag het saldo van de bezittingen en de schulden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende stapt naar het Hof.
Het Hof vernietigt de uitspraak; de inspecteur heeft de afwijzing op juiste gronden afgewezen en de rechtbank zag dat verkeerd. Immers, belanghebbende’s stelling over de doorwerking kán niet tot verlaging van de aanslag IB/PVV 2022 leiden en daarom was niet-ontvankelijkverklaring de juiste keuze. Daarnaast ligt de toeslagbeschikking in deze procedure niet voor. Tot slot is de bestuursrechter bevoegd voor een geschil over de toeslagbeschikking, niet de belastingrechter.
Wat kunt u hieruit meenemen?
Oplettendheid is geboden bij toeslagen; de Wet rechtsherstel box 3 werkt niet door de Awir en de daarop gebaseerde toeslagen. Daarnaast is bij een geschil over een toeslagbeschikking is de belastingrechter niet de juiste weg.
Meer weten over formeel belastingrecht en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.
Link naar uitspraak Hof 19-10-2026
Link naar uitspraak Rb 19-09-2025
