Er is een tendens om machtigingen te bevragen, met name bij belastingen die periodiek van aard zijn. Deze zaak draait om WOZ-beschikkingen, maar de impact treft ook rijksbelastingen. De Hoge Raad heeft deze praktijk nu bekrachtigd in twee arresten van 16 oktober 2026.
In het kort
Het Hof vraagt een gemachtigde een recente machtiging + kopie ID-bewijs, nu de overlegde, doorlopende machtiging drie jaar eerder vóór de zitting is afgegeven en geen aanslagnummer/-kenmerk bevat. Daarom wil het Hof voorkomen dat meerdere gemachtigden over hetzelfde besluit procederen. De gemachtigde heeft bezwaar, omdat het Hof niet uitlegt waarom ineens een nieuwe volmacht nodig is en waarom de oude niet volstaat.
Hoewel het Hof dit vraagt vóór de zitting, wijst op de gevolgen en de vraag ter zitting herhaalt, blijft een nieuwe volmacht uit. Het merkt op dat een doorlopende volmacht eindigt door herroeping, dood, ondercuratelestelling, faillissement of schuldsanering; hierdoor kan het Hof niet uitsluiten dat de volmacht was herroepen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het oordeel
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof de nieuwe machtiging mag opvragen. Nu de nieuwe machtiging uitblijft, ondanks een hersteltermijn, is daarmee een verzuim vastgesteld. Dit verzuim valt onder artikel 6:6 Awb en het Hof mag het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. De Hoge Raad herhaalt: er bestaat geen verplichting om nogmaals gelegenheid te bieden voor herstel.[1]
Wat kunt u hieruit meenemen?
Voor fiscale adviseurs en gemachtigden betekent dit dat een doorlopende volmacht onvoldoende kan zijn, met name bij belastingmiddelen met een periodiek karakter (zoals de jaarlijkse IB/Vpb en de periodieke OB/LH). Gaat u hierbij bezwaar maken of beroep instellen, dan is dit een denkbaar risico.
Meer weten over formeel belastingrecht, bewijslast en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.
Link naar uitspraak Hof: ECLI:NL:GHDHA:2025:536
Link naar arresten HR: ECLI:NL:HR:2026:1579 & ECLI:NL:HR:2026:1690
Link naar voetnoot: ECLI:NL:HR:2026:556
