Op 16 oktober 2026 verklaart de Hoge Raad een cassatieberoep niet-ontvankelijk. Daarmee zet hij een streep onder de discussie over griffierecht als toegangsdrempel.
Het oordeel
De belanghebbende betaalt geen griffierecht. Hij stelt dat vooraf griffierecht betalen in strijd is met het recht op een doeltreffende voorziening in rechte van artikel 47 Handvest, gelezen met artikel 52 Handvest. Dit niet betalen vormt echter een verzuim, wat leidt tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad ziet geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen en verwijst daarvoor naar zijn arrest van 12-06-2026.
Doeltreffend & gelijkwaardig
De Hoge Raad toetst op 12-06-2026 de griffierechtregeling aan twee Unierechtelijke beginselen.
a) Het gelijkwaardigheidsbeginsel: nationale procedureregels mogen niet ongunstiger zijn dan regels voor vergelijkbare nationale situaties. Artikel 8:41 Awb maakt dit onderscheid niet, derhalve geen schending.
b) Het doeltreffendheidsbeginsel: nationale regels mogen de uitoefening van Unierechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken. De Hoge Raad oordeelt dat de griffierechtregeling, inclusief de bedragen en de voorziening bij betalingsonmacht, van dien aard is dat rechtzoekenden de toegang tot de rechter niet wordt ontnomen of uiterst moeilijk wordt gemaakt. Het doeltreffendheidsbeginsel is dus niet geschonden.
Prejudiciële vragen
Hier zit een formeelrechtelijk verschil dat vaak over het hoofd wordt gezien.
c) De Rechtbank is geen hoogste instantie. Zij is niet verplicht een prejudiciële vraag te stellen. Zij mag dat wel, maar kan de zaak ook zelf afdoen.
d) De Hoge Raad is wél een hoogste instantie. Tegen zijn uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Daarom is hij in beginsel verplicht een prejudiciële vraag te stellen als een Unierechtelijke vraag beslissend is.
e) Die verplichting vervalt o.g.v. het Cilfit-arrest alleen bij een acte clair of acte éclairé. Bij een acte clair is de bepaling zo helder dat redelijkerwijs geen twijfel over de uitleg kan bestaan. Bij een acte éclairé heeft het Hof de vraag al eerder duidelijk beantwoord.
De Hoge Raad oordeelt hier dat sprake is van een acte clair. Daarom stelt hij geen prejudiciële vragen.
Eerder arrest 12-06-2026
In dit arrest werkt de Hoge Raad de Handvest-toets volledig uit.
f) Griffierecht is een beperking van artikel 47 Handvest, maar een beperking is niet per se onrechtmatig.
g) Het doel is kosten dekken én een drempel opwerpen tegen lichtvaardig beroep. Dat is een doelstelling van algemeen belang.
h) De vierprocentsgrens uit het arrest Kantarev is geen harde regel. De Hoge Raad oordeelt expliciet dat uit punt 138 van Kantarev niet voortvloeit dat griffierecht boven vier procent van het betwiste belang per definitie onevenredig is. Strijd met het Unierecht is er pas bij een wezenlijke belemmering van de toegang tot de rechter.
i) De enige uitweg bij niet-betaling is het aantonen van betalingsonmacht (sinds 1 juli 2025: 8:41, lid 6, Awb).
Wat kunt u hieruit meenemen?
De Handvest-argumentatie bij griffierecht is vrijwel uitgeprocedeerd.
Meer weten over formeel belastingrecht, bewijslast en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.
Link naar arrest HR: ECLI:NL:HR:2026:1701
Link naar arrest HR van 12-06-2026: ECLI:NL:HR:2026:915
Link naar Cilfit: CELEX:61981CJ0283
