Verzoeken om het horen van een getuige en dossierstukken ná de zitting in de hoofdzaak? Daarvoor is de voorlopige voorziening niet het juiste middel en evenmin de juiste fase.
Waarvoor dient het?
De voorlopige voorziening (art. 8:81 Awb, hierna Vovo) is een spoedprocedure. Wie bezwaar of (hoger) beroep heeft ingesteld, kan de voorzieningenrechter vragen om een tijdelijke maatregel die geldt voor de duur van de hoofdzaak. Daarvoor gelden twee kernvoorwaarden:
a) er moet een lopende procedure zijn (connexiteit), en
b) er moet sprake zijn van onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen.
De Vovo loopt zolang de beslissing in de hoofdzaak openstaat, de voorzieningenrechter toetst dus niet de inhoud van de hoofdzaak, maar beoordeelt of een onmiddellijke maatregel nodig is om onherstelbare schade te voorkomen. Processuele of inhoudelijke geschilpunten horen thuis bij de instantie die de hoofdzaak behandelt.
In het kort
De zaak draaide om navorderingsaanslagen IB 2017-2019. Het hoger beroep is behandeld op 5 maart ’26, daarin is gesproken over ontbrekende dossierstukken en het horen van een getuige. Na de zitting verzocht belanghebbende om een Vovo. De reden; heropening van het onderzoek, alsnog horen van een aangeboden getuige, het verplicht overleggen van ontbrekende dossierstukken en een verbod voor de hoofdkamer om ondertussen uitspraak te doen. Hij stelde dat er anders onherstelbare processuele schade zou ontstaan.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, om meerdere redenen;
a) de hoofdkamer moet oordelen over het getuigenaanbod, ontbrekende stukken of schijn van vooringenomenheid is voorbehouden aan de hoofdkamer. Een voorlopige voorziening is daarvoor niet geschikt.
b) geen spoedeisend belang; de stellingen zijn behandeld ter zitting en er een rechtsmiddel openstaat tegen de beslissing in de hoofdzaak.
Praktijkbetekenis
Voor de fiscale praktijk bevestigt deze uitspraak een heldere lijn: de voorzieningenrechter is er niet om inhoudelijke of processuele geschilpunten uit de hoofdzaak vooruit te beslissen. Wie een getuige wil laten horen of meent dat het dossier incompleet is, moet dat in de hoofdzaak aan de orde stellen en zo nodig de uitkomst daarvan in cassatie bestrijden. Een voorlopige voorziening biedt alleen soelaas bij een concreet en onverwijld spoedeisend belang dat niet via de gewone rechtsgang kan worden ondervangen. Het enkele risico dat de hoofdkamer uitspraak doet voordat die punten zijn beoordeeld, is daarvoor onvoldoende.
Voor het horen van een getuige; in de tipgeverszaak (2017) verzochten de erven de voorzieningenrechter van om de Belastingdienst te dwingen dat een tipgever als getuige zou worden gehoord. Ook dat verzoek werd afgewezen: de hoofdkamer had daarover al tussenoordelen gegeven, de voorziening is daarvoor niet het juiste middel.
Meer weten over formeel belastingrecht, procedures en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.
Link naar uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2026:1952
