mr. Minnema’s Minuut #20 – De vereiste aangifte: één gebrek is al genoeg!
mr. Minnema’s Minuut #20 – De vereiste aangifte: één gebrek is al genoeg!

mr. Minnema’s Minuut #20 – De vereiste aangifte: één gebrek is al genoeg!

Eén onjuiste aftrekpost. Meer is niet nodig om de bewijslast voor de héle aanslag om te draaien. De Hoge Raad bevestigde dat op 9 oktober 2026, en daarmee blijft het trustvraagarrest onverkort overeind.

Het trustvraagarrest (2022)

Hierin oordeelde de Hoge Raad dat het niet beantwoorden van een relevante vraag op het aangiftebiljet ertoe leidt dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Wie is uitgenodigd tot het doen van aangifte, moet de gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud invullen. Het niet aankruisen van de trustvraag schendt die verplichting, met omkering & verzwaring van de bewijslast tot gevolg.

Het arrest introduceerde daarnaast de partiële omkering: de omkering kan beperkt blijven tot het geschilpunt of gedeelte waarop het gebrek ziet.

Discussie

De vraag was of de partiële benadering uit het trustvraagarrest ook doorwerkt naar inhoudelijke gebreken. A-G Koopman pleitte in zijn conclusie van 31 januari 2025 voor die uitbreiding. Zijn argument: de omkering zou moeten zien op het milieu waarin de fout is gemaakt. Ziet het gebrek bijvoorbeeld alleen op winst uit onderneming, dan blijft de bewijssanctie beperkt tot dat milieu.

De relevante feiten

Een bv deed op 28 april ‘17 aangifte Vpb 2015 naar een belastbaar bedrag van € 374.423. De inspecteur breidde op 2 mei het reeds lopende boekenonderzoek uit naar o.a. diezelfde aangifte. Desondanks werd de aangifte omgezet in een aanslag op 8 mei. Na afloop van dat onderzoek legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op met vier correcties, waaronder € 250.000  voor een onbetaalde factuur die per abuis in de administratie is opgenomen. Belanghebbende is het eens met de correctie van die € 250.000; gelet op omvang van het bedrag, het niet betalen van de factuur en de verwerking door de directeur met accountantsopleiding.

Het oordeel

Na de vaststelling dat navordering mogelijk was, boog de Hoge Raad zich over de omkering & verzwaring van de bewijslast. De Hoge Raad toetst hier aan het trustvraagarrest;

a) relatief criterium; volgens de aangifte verschuldigde belasting moet verhoudingsgewijs aanzienlijk lager zijn dan de werkelijk verschuldigde belasting, en

b) absoluut criterium; het bedrag dat daardoor niet zou worden geheven moet op zichzelf beschouwd aanzienlijk zijn, en

c) bewustheidsvereiste: belanghebbende wist, of moest zich ervan bewust zijn, dat door de onjuistheid een aanzienlijk bedrag aan belasting niet zou worden geheven.

d) geen omkering & verzwaring indien de onbeantwoorde vraag onvoldoende gewicht heeft om omkering & verzwaring te rechtvaardigen.

e) geen omkering & verzwaring voor geschilpunten waarvoor de onbeantwoorde vraag irrelevant is.

De Hoge Raad bevestigt dat een inhoudelijk gebrek in de aangifte leidt tot omkering & verzwaring van de bewijslast voor de gehele aanslag, niet slechts voor de foutieve post. Daarmee wijst ze de suggestie van A-G Koopman af om de omkering partieel toe te passen.

Wat kunt u hieruit meenemen?

De lessen voor de praktijk:

a) m.i. is het bewustheidsvereiste cruciaal: weten c.q. had moeten dat de aangifte onjuist was? Die conclusie is de praktijk niet even snel te trekken. Bij een omvangrijke, onbetaalde factuur zonder tegenprestatie ligt dat snel voor de hand.

b) de AG waarschuwde voor afbakeningsproblematieken; wanneer volgt een gehele omkering i.p.v. een gedeeltelijke? Toekomstige jurisprudentie zal e.e.a. verhelderen.

Meer weten over formeel belastingrecht, bewijslast en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.

Link naar uitspraak: ECLI:NL:HR:2026:1484