mr. Minnema’s Minuut #25 – Computerproblemen zijn geen overmacht
mr. Minnema’s Minuut #25 – Computerproblemen zijn geen overmacht

mr. Minnema’s Minuut #25 – Computerproblemen zijn geen overmacht

Wie tot de laatste dag wacht, draagt zelf het risico. Dat is de kern van een uitspraak van rechtbank Den Haag.

Wie een beroepstermijn laat verlopen, is in beginsel te laat. Artikel 6:11 Awb biedt alleen uitkomst als de te late indiening niet aan de indiener is toe te rekenen. De Hoge Raad verruimde die toets in 2024. Persoonlijke omstandigheden tellen voortaan mee. Toch blijft de kern overeind: wie zelf uitstel kiest, draagt het risico.

In het kort

Gino* diende herziene aangiften IB (2017 t/m 2019) in. De inspecteur merkte die aan als te late bezwaren en merkte ze aan als verzoeken om ambtshalve vermindering. De verzoeken worden afgewezen, waarna Gino bezwaar instelt. Dit bezwaar is afgewezen op 28 januari 2026.

De beroepstermijn van zes weken eindigde op 11 maart 2026. Het beroepschrift kwam pas op 16 maart binnen bij de Rechtbank. Gino stelde dat hij het beroepschrift wilde indienen op 11 maart, maar gehinderd werd door een systeemcrash van diens computer. Als onderbouwing van zijn intentie wees hij naar de volmacht voor zijn vrouw. De volmacht was gedateerd op 11 maart en het uploaden daarvan was de één na laatste stap bij het indienen van een beroepschrift.

Verschoonbaarheid sinds 2024

Het arrest uit 2024 verruimt de verschoonbaarheidstoets. De te nemen stappen;

a) Artikel 6:11 Awb is ziet op gevallen waarin iemand feitelijk niet kon indienen & diens persoonlijke omstandigheden.

b) Toets: of van déze belanghebbende onder déze omstandigheden tijdig indienen redelijkerwijs kon worden gevergd.

c) Wie zelf niet kan indienen, mag niet zonder meer worden tegengeworpen dat hij een ander had moeten vragen of pro forma had moeten indienen. Nog steeds kijken of dit in redelijkheid kan worden gevraagd.

d) Na het wegvallen van de omstandigheid geldt een termijn van in beginsel zes weken om alsnog zo spoedig mogelijk in te dienen.

Het oordeel

De rechtbank volgt de ruimere toets, maar de datum op de volmacht maakt niet aannemelijk dat Gino het beroep werkelijk indiende c.q. wilde indienen op 11 maart 2026. Gino’s computerproblemen helpen hem evenmin; Gino had immers zes weken de tijd om dit in te dienen, desnoods pro forma. Het is een eigen keuze om dit op de laatste dag in te dienen en dat komt derhalve voor eigen risico, inclusief eventuele technische obstakels. Er is dus geen verschoonbare termijnoverschrijding.

Wat kunt u hieruit meenemen?

Het wachten tot de laatste dag is en blijft een eigen risico. Techniek kan immers falen, dat is in principe toerekenbaar. Sinds 2024 is er meer ruimte voor persoonlijke omstandigheden, een goede ontwikkeling. Let daarbij goed op: dat zijn in principe omstandigheden die uw cliënt betreffen. Het handelen van u als adviseur wordt in principe toegerekend en valt daarmee buiten het bereik van de ruimere lijn. Ik raad daarom altijd aan om pro forma beroep in te dienen.

Meer weten over formeel belastingrecht, bewijslast en fiscale boetes? Stuur mij gerust een bericht, ik help graag met de formeelrechtelijke kant van dossiers.

Link naar uitspraak Rb:

➡️ECLI:NL:RBDHA:2026:19786

Link naar arrest HR van 05-04-2024:

➡️ ECLI:NL:HR:2024:515